SR article

Blog Week 1


Hakuna Matata! Eindelijk een blog van de drie musketiers in Kenia! Het liet een kleine drie weken op zich wachten omdat we geen stroom en internet hadden (en nog steeds niet hebben). Het zonnepaneel hier in Molo is namelijk te crappy voor woorden aangesloten. Maar kunnen we aan. Betere tijden zijn hier: we hebben nu overdag een mooi kantoortje. Vanaf nu dus elke week op maandag (zo proberen we) een update van ons. Laten we beginnen bij het begin.

Vrijdag 4 november ging in het holst van de nacht de wekker. De auto van meneer Michiels stond al klaar (waarvoor grote dank!). Via Schiphol naar Frankfurt en vanaf daar in een bijna leeg vliegtuig richting de andere kant van de wereld: richting de Jungles en vlaktes van Afrika!

Rond 21u kwamen we daar aan, in een (dachten we) tijdelijke extra aankomsthal. Bleek de enige echte hal te zijn die er was. De komende week gaan we verblijven in Nairobi, bij een religieuze broedergemeenschap 15 km buiten het stadscentrum. We werden opgepikt door Brother Joseph en Brother Raphael (die laatste is by far grootste droogkloot die op aard rondloopt). Laat in de avond kwamen we aan in de compound van de broeders. De afgelopen vier dagen was hier al een ander groepje (van 4 personen) van de TU aangekomen. We zullen anderhalve week samen zijn, waarna zij vertrekken richting Pokot-gebied om daar hun project te doen (de Pokot is een mega traditionele stam in Kenia). De compound van de Xaverian Brothers bestaat uit vier gebouwen. Een daarvan is voor visitors bedoeld. Hier zullen wij de komende week verblijven.

Op zaterdag 5 november, na een lange nacht slapen, zijn we met z’n 7-en naar een winkelcentrum in de buurt gegaan. Deze 10 minuten rijden waren al een groot avontuur. Overal lopen mensen, kraampjes langs de weg, een totaal andere lucht en sfeer, grote chaos op de weg. Ineens besef je: ik ben in Afrika. Vanaf daar zijn we gaan lopen naar een soort dierentuin. Onderweg konden we al live aapjes kijken (overal baboons langs de weg). Voor onszelf kreeg ‘aapjes-kijken’ ook een nieuwe betekenis, waarbij wij nu ineens de aapjes waren. Laten we het zo zeggen: veel mensen hebben niet vaak (of nooit) Mzungu’s (blanken) gezien, en nemen de tijd om ons aan te staren. Maar nooit was het naar of vervelend. We ontdekten als snel dat de Kenianen/afrikanen ontzettend leuke en vriendelijke mensen zijn, die altijd tijd voor je maken om te kletsen. Het tempo hier ligt lager, en dat is helemaal niet onprettig.

Het lopen naar de dierentuin werkte niet, dus we besloten een Matatu te nemen. Dit is een soort busje waar normaal 7 mensen in passen. In Kenia passen er 20 in. Gewoon wat meer stoelen plaatsen, en goed indikken allemaal! Deze matatu’s zie je overal rijden. Het zijn eigenlijk gewoon auto’s van particulieren die besluiten een buslijn te starten. Lekker goedkoop, ook al betaal je als blanke nog steeds minimaal drie keer meer. Aangekomen in het park   hadden we een goede tijd. Het was een soort mini safari, een leuke introductie in het land. Het werd nog beter toen  een dierenverzorger daar ons aansprak en  ons een rondleiding gaf. Op een gegeven moment vroeg hij: ‘zie je die leeuwen daar? Wil je die van dichtbij zien?’  Eh.. ja?! We volgen de man een poosje met z’n allen door het park, en ineens slaat hij af de bosjes in. De hartslag stijgt en we volgen hem een paar minuten door de bosjes. We maken een bocht, en ineens: HOLY ****! Drie leeuwen op  50 cm afstand van ons (met een hek ertussen, dat wel). Ja: het was een goede eerste dag!

 

lion

Op zondag zijn we met Brother Joseph naar de kerk geweest. Maar: niet zomaar een. We zijn met hem (en een Matatu) naar een kerk midden in Kibera gegaan. Kibera is de grootste sloppenwijk van Oost-Afrika. Een kwart van de inwoners van Nairobi woont in Kibera: 1 miljoen mensen. De dichtheid van mensen is onvoorstelbaar. Zeker de moeite waard eens te googlen. We waren ons vooraf bewust van het risico wat je neemt om daar rond te lopen. Maar we dachten ook: deze ervaring gaan we niet snel meer krijgen, en Brother Joseph was goed te vertrouwen. De ervaring van daar rondlopen was surreëel. Alsof je op een filmset loopt. De dichtheid van mensen is bizar hoog. Wat er allemaal in de lucht hangt kan je ook niet voorstellen. Alle (vooral onfrisse) geuren die er bestaan tegelijk op een plek. Overal mensen en mini-winkeltjes (die ’s avonds dienst doen als woning, meestal ook vol met kinderen). De kerkdienst was mooi. Mensen trekken hun mooiste kleren aan en ineens heb je niet meer door dat het een sloppenwijk is. Mensen waren erg gul bij de collecte. Een mooie les voor ons. Daarna nog twee uur lang rondgelopen. Overal afval en viezigheid. Als je in Kibera opgroeit is het lastig er te ontsnappen. Maar: ook een hele goede sfeer. We voelden ons niet 1x oncomfortabel. Mensen trekken niet aan je, er wordt niet gebedeld (huh?!). In Kibera leven mensen in harmonie samen. Mensen hebben weinig geld, maar ook een sterke community, en, zo leek het: een goed leven.

 

kibera

Van maandag tot en met donderdag hebben we afspraken gehad in de stad die we vooraf in Nederland al afgesproken hadden. Het serieuze gedeelte is begonnen!

Op maandag hebben we afgesproken met een Nederlandse überondernemer. Ivo heeft nog wat kunstwerken gekocht (waar -ie zeer onterecht veel voor is uitgelachen!!!!!). Ook hebben we een voetbal gekocht. Op dinsdagochtend zijn we naar Tangaza University gegaan, daar waar veel broeders studeren óf les geven. We mochten meekijken in de les. Presentaties worden met Word gegeven, en de slides oplezen mag daar allemaal. In de pauze zijn we een kleine 10x aangesproken om ons telefoonnummer of email af te geven, iets waar sommigen voor ons voor zijn gezwicht. De ‘have you met my niece already’ en dergelijke opmerkingen waren niet van de lucht. In de middag hebben we Nairobits (een designschool voor kinderen uit sloppenwijken) en Masterpeace (een organisatie die ‘peace’ onder jongeren wil vergroten) ontmoet. Vooral die laatste was tof, omdat we al snel een vriendschap sloten. In de avond aten we typisch Swahili, n.a.v. een tip van Moses en Peter (van Masterpeace). Was genieten. Swahili is trouwens de onofficiële eerste taal van iedereen in Oost-Afrika. Een taal die we elke dag beter leren kennen. Woensdag zijn we naar een ‘Skill center’ gegaan: een soort mbo school die helemaal duurzaam is wat betreft water en energie e.d. Op donderdag met Village Capital gesproken (organisatie die Start-ups ondersteund). In de middag zijn we met z’n 7-en naar het Giraffe center gegaan: een plek met allemaal giraffes, waar je op een soort balkon staat en de dieren eten kunt geven. We kwamen er al snel achter dat als je het brokje tussen je lippen doet je kans maakt op een lange ‘french-kiss’ van een giraffe! Donderdagavond hebben we afscheid genomen van de broeders. We hebben een hele goede tijd gehad. De heren waren erg grappig en aardig.

giraffe kiss

We kijken terug op een topweek. Kenianen zijn ontzettend gastvrij, een verademing als Nederlander. Mensen staan 100% open voor bezoekers. Iets wat we in Nederland en Europa bijna compleet kwijt zijn geraakt. Wel zien we ook nu al de mindere dingen: corruptie, infrastructuur, organisatie en gelijke kansen zijn bijvoorbeeld een groot probleem. Veel Kenianen kennen Nederland van ‘the Hague’: 8 van de 9 leiders die daar terecht hebben gestaan kwamen uit Afrika. Iets wat ze zeer onterecht vinden. Maar nog meer mensen kennen Nederland van ons voetbal! Elke Keniaan kent ‘Ven Pursie!’

Vrijdagochtend vroeg zijn we vertrokken naar Molo, de plek waar ons project plaatsvind. De route ging langs Lake Nevasha (prachtig meer), bij Father Faustus (een plaatselijke priester). Father Faustus heeft in z’n jonge jaren ooit nog eens moeten vluchten naar Italië omdat hij kritiek had op het beleid van de President. Hier, op een heuvel, maakten we een tussenstop. Sister Esther Mwaniki ontmoeten we hier eindelijk. Sister Esther is van de ‘Sisters of the Incarnate word’, een religieuze gemeenschap die wereldwijd locaties heeft. Zelf is ze het hoofd van Kenia. Een geweldige vrouw met een lach die je uit 1 miljoen herkent. Rond Lake Nevasha nog een safari gedaan met haar: overal zie je zebra’s, giraffes, gnoes, apen, noem het maar op. Fantastisch! Ook hebben we daar gevoetbald (met onze bal!) samen met ongeveer 50 kinderen die Father Faustus eventjes riep. Heerlijke kinderen! We zijn vertrokken zonder bal (kadootje voor ze), en met heel wat haar minder.

 

nevasha kids

Na een paar uur rijden kwamen we ’s avonds aan in Molo. Molo is een plaats die 2,5 km boven zeeniveau ligt. Het is hier extreem vruchtbaar: veel groentes van Kenia komen hier vandaan. Ze kunnen hier bijvoorbeeld drie keer per jaar aardappelen oogsten. Molo staat ook bekend om haar kou: heel Kenia vindt het hier koud, haha. Dat vinden wij eigenlijk ook wel, ’s ochtends dan. ’S Middags is het gewoon weer 25 graden. Molo bestaat uit een paar delen: ‘beneden’ bevindt zich town, het centrum. Daaromheen bevinden zich een aantal hoger gelegen kleine dorpjes (villages). Zelf bevinden we ons in Baraka, waar de echte boeren zich bevinden. In 2008 zijn hier gigantische rellen geweest. De verkiezingen van eind 2007 waren overduidelijk oneerlijk verlopen, en mensen begonnen met elkaar te vechten. Veel doden gevallen, verschrikkelijke verhalen. Molo was in het bijzonder onrustig. Het huis van onze buren is bijvoorbeeld afgebrand, er staat nu nog steeds enkel ruïnes. Deze rellen zijn het gevolg van fraude en corruptie, maar ook van de stammen achtergrond in Kenia. Iedereen hoort bij een bepaalde stam, iets wat nog steeds 100% onderdeel is van dit land. Politieke figuren maken hier gebruik van. De meeste Kikuyu bijvoorbeeld zullen altijd op een Kikuyu politicus stemmen, en zo geldt het voor alle stammen. Het gevolg is verdeeldheid in dit land.

Ons verblijf is een huisje tegenover het gebouw van de zusters van Molo. We slapen hier in een prima huis. Wel kwamen we er al snel achter dat de stroom niet werkte, er geen internet was, kasten ontbreken, de douche koud is, tocht altijd aanwezig is en we hier op plastic stoeltjes zitten. Ook dit went en we hebben het hier prima (ook al merk je wel hoe erg je afhankelijk bent van stroom en internet…). Elke avond stoken we een vuurtje om het warm te maken. Wangari, 26 jaar, kookt voor ons, maakt schoon en wast kleding voor ons. Haar ouders zijn overleden, haar vader is vermoord na de rellen van 2008. Op deze manier heeft ze wat inkomen om te zorgen voor zichzelf en al haar broertjes en zusjes. We lachen veel met haar, en ze denkt ook een goede kans te maken op een huwelijksaanzoek van Chris.

Op zaterdag hebben we een rondleiding gehad in de buurt van Sister Lucy. Zij is hier in Molo onze begeleidster. Ze is erg zorgzaam en beschermend, een voorzichtige vrouw. Maar: ze heeft een groot hart en wil het beste voor ons en de omgeving.  Sister Lucy nam ons mee naar de Primary School die ze in de buurt aan het bouwen zijn. Dit is onderdeel van hun visie voor Molo, toen ze hier vier jaar geleden na de rellen zich vestigden. Een ander onderdeel is de werkloosheid onder de jeugd, iets waar wij aan proberen bij te gaan dragen. In Molo zijn veel mensen, waaronder jeugd  (in hun ogen mensen tot en met 35 jaar!) werkloos. Wij zijn hier als eerste groepje van de Minor International Entrepreneurship and Development, de pioniers dus. Het idee is dat de komende jaren steeds een groep studenten drie maanden hier verblijft. Het doel is om de werkloosheid onder jongeren terug te dringen. Politiek correct verwoord gaan we daarom het volgende doen: de jongeren hier ondersteunen in hun eigen zoektocht naar perspectief en een toekomst, waarbij ondernemerschap een rol moet gaan spelen, en waarbij hun hoofden als het ware geopend moeten worden voor alles wat mogelijk is. Jongeren hier zijn over het algemeen namelijk niet erg proactief en assertief. Daarom gaan we eerst op zoek naar de behoeften van de jongeren, en proberen uit te zoeken wat de wortel(s) van het probleem is. Na deze ‘Needs Assessment’ willen we verder met een kleine groep ambitieuze en enthousiaste jongeren, die we lessen, workshops en opdrachten willen geven. Dit is het begin: uiteindelijk moet alle jeugd hier inzien dat ze zelf hun situatie kunnen veranderen. Ondernemerschap is overal hier, bijna iedereen heeft verkoopt wel iets. Het probleem is dat er alleen niets vernieuwends gebeurd, iedereen doet wat de buurman doet en échte ontwikkeling is er niet in dit gebied (dit geldt eigenlijk  voor bijna heel Kenia). De economie groeit wel met 8% per jaar maar weinig mensen merken hier iets van. Vandaag hebben we ook Faustus Ndenyele ontmoet. We hadden hier vooraf geen idee van, maar hij gaat ons project ondersteunen: elke dag is hij bij ons. Hij kent de omgeving en haar gevoeligheden, de taal en de mensen. Ondertussen weten we zeker dat hij een gigantische hulp is voor het project. Een ritje van de heuvel naar de stad is voor ons drie normaal al een grote uitdaging. Hij belt gewoon twee vrienden die met twee motorbikes ons voor een normale prijs heen en weer rijden. Zo nog tientallen voorbeelden. Faustus, zo ontdekten we, is familie van Father Faustus en Sister Esther Mwaniki. Hij is 20 jaar en denkt erover na om in februari te beginnen aan een universiteit in Nairobi. Op dit moment heeft hij vakantie.  Op zondag  zijn we naar de kerk geweest hier. Een soort schuur van hout: lek en eenvoudig. Na de rellen is de oorspronkelijke kerk verwoest. Hier hebben we onszelf geïntroduceerd, en zijn we hartelijk welkom geheten.

faustus

We kunnen met gemak zeggen dat deze anderhalve week in Kenia voor ons alle drie persoonlijk al de meest bijzondere ervaring is die we ooit hebben gehad. Jochem zei het al mooi: als je een land echt wilt leren kennen, moet je er een project gaan doen!